Biografie
De Paauwes woonden aanvankelijk op Feyenoord, in en om de
Oranjeboomstraat, maar verhuisden later naar de Enk 137 in Tuindorp
Vreewijk, waar de familie, om iets extra's te verdienen, kostgangers
hield. Jaap was de oudere van de twee broers Paauwe die beiden in het
Nederlands Elftal speelden.
In het Jubileumboek van de KNVB uit 1939 schreef de destijds bekende
voetbaljournalist ir. Ad van Emmenes:
'Paauwe, Paauwe, van Heel, - 't was, in begin 1931, als het refrein van
'n liedje.
' Door omstandigheden, blessures, ziekte, speelde deze
middenlinie van Feyenoord nooit als zodanig in het Nederlands Elftal.
Nog sterker, Jaap Paauwe speelde nooit samen met zijn broer Bas in
Oranje. Jaap Paauwe maakte zijn debuut in Oranje tegen de Belgen op 29
maart 1931. Over zijn vijfde interland tegen de Fransen in Parijs op 29
november 1931, door Nederland met 3-4 gewonnen, schreef hij: 'Als
aandenken aan dezen wedstrijd werd besloten dat de shirts van beide
ploegen verwisseld zouden worden, hetgeen door de spelers zeer op prijs
werd gesteld.' Veel indruk maakte
ook de interland tegen de Denen op 14 juni 1931 in Kopenhagen waarbij
de spelers aan de Deense koning werden voorgesteld.
Jaap Paauwe was van beroep bankwerker. Hij werkte eerst bij de Galak,
de melkfabriek in de wijk Feyenoord, waar ook zijn vader en een jongere
broer werkten. Later werd hij bankwerker bij Bosman
op de Brielselaan. Toen hij als speler van het tweede zijn been brak
op het oude terrein aan de Kromme Zandweg was het gedaan met zijn
voetballoopbaan.
In het begin van de jaren vijftig vertrok Paauwe sr. als emigrant naar
Zuid-Afrika om daar een nieuw bestaan op te bouwen, maar na zeven jaar
keerde hij, door heimwee verteerd, terug, Jaap trainde enige kleinere
clubs als Oudenhoorn en Bolnes en bezat ook het scheidsrechtersdiploma.