Biografie
De Deense international Jan Sorensen maakte in het seizoen 1985/86 zijn debuut bij Feyenoord. Hij kwam van FC Twente, maar speelde voor die tijd bij Frem in Denemarken en FC Brugge in Belgié. Op 22-jarige leeftijd had Club Brugge hem ontdekt en vanuit Denemarken naar Belgié gehaald. Daar heeft hij, volgens eigen zeggen, het best gepresteerd. Toen Georg Kessler evenwel trainer werd bij Brugge, kreeg de aanvoerder problemen. Trainer Spitz Kohn, die hem nog uit Belgié kende, haalde hem vervolgens naar Enschede, maar ook Sorensen kon FC Twente toen niet meer van degradatie redden.
Al in de tijd dat Sorensen nog bij Club Brugge speelde, was er interesse van de zijde van Feyenoord, maar evenals Bayern München en New York Cosmos schrok men van het hoge transferbedrag, dat voor de gave technicus werd gevraagd. Trainer Ab Fafié drong destijds aan op zijn komst, omdat hij wat meer raffinement in het werkelftal van Feyenoord wilde brengen. Jan Sorensen met zijn fluwelen linkervoet moest daar voor zorgen. Samen met Keje Molenaar en Mario Been vormde hij in het ene jaar dat hij bij Feyenoord speelde de middenlinie.
Met de klacht dat de Deen lui was, was Fafié het niet eens: 'Mijn indruk van Jan Sorensen is een heel positieve. Van een luie voetballer, zoals hij wel
omschreven is, is mij niets gebleken. Hij werkt keihard, hij is geweldig gemotiveerd bezig. Ik heb echt niets negatiefs bij hem kunnen ontdekken; te dik is hij ook niet. Hij is fors, maar dat is zijn sterkte! Van Hanegem. was ook een forse vent. Zulke spelers zijn in balbezit wat traag. Jan Sorensen heeft echter andere capaciteiten.'
Toch werd Sorensen niet de dragende kracht van Feyenoord. Integendeel, de ploeg draaide dat jaar niet best en hij werd regelmatig gewisseld. Hij was bovendien een aantal malen geblesseerd. In de periode dat hij bij Feyenoord in dienst was, werd Sorensen al enige tijd, wegens ruzie met de trainer, niet meer uitgenodigd voor het Deense nationale elftal. Onder Fafié's opvolger Rinus Israel werd hij uitgeleend aan Excelsior. Daar plukte Johan Cruijff hem weg om de ziek geworden Gerrie Muhren bij Ajax te vervangen. Sorensen was toen 32 jaar. Het werd geen succes, want na zes optredens in het eerste kreeg de linkermiddenvelder zijn congé.