Eerste kampioenschappen
Eerste Landskampioenschap.
De toenmalige Eerste Klasse was onderverdeeld in vijf afdelingen, districten zouden we nu zeggen. Na afloop van de competitie speelden de vijf kampioenen onderling in een dubbele competitie om de hoogste eer. Al direct tijdens het eerste jaar tussen de grote jongens toonde Feyenoord zich volwassen. Het moest alleen het hoofdstedelijke Blauw Wit voor laten gaan.
In het seizoen daarna mengde Feyenoord zich opnieuw in de strijd om de hoogste eer.

Dit keer moest het behalve RCH uit Heemstede opnieuw Blauw Wit boven zich dulden. Die twee seizoenen bleken slechts voorspel te zijn, vingeroefeningen, want in 1924 werd de buit binnengehaald. Met 28 punten uit 18 wedstrijden, een doelsaldo van 61-29, en vijf punten voorsprong op DFC, eindigden Feyenoord voor het eerst bovenaan in de afdeling. Dat het afdelings kampioenschap op 6 april 1924 in Amsterdam tegen het roemruchte Ajax werd behaald (1-1) gaf de titel extra glans.
De trots van Rotterdam-Zuid mocht nu de strijd aanbinden met de andere vier afdelingskampioenen. Naast Feyenoord waren dat Stormvogels, NAC, Enschede en het Groningse Be Quick. Het was Feyenoord dar met lof slaagde, nota bene ongeslagen en met slechts één winstpunt meer dan de Stormvogels uit IJmuiden. De Rotterdammers hadden bovendien vijf van de acht duels moeten spelen zonder Kees Pijl, hun aanvoerder en aanvalsleider, die op de Olympische Spelen in Parijs in het Nederlands Elftal moest spelen.

Feijenoord - Enschede 4 Mei 1924 uitslag 6-2
Hoogte punten in deze kampioensstrijd waren vooral de krachtmetingen met de Stormvogels : 2-2 en 1-1.
Het waren frontale botsingen tussen vrijwel identieke speel stijlen : stoer en energiek tot op het bot. Extra attracties voor het publiek vormden de projectielen die Kees van Dijke van zijn linkervoet liet vertrekken. Twee van die kanonskogels scheurden het net van de doelpalen.

Het eerste kampioenschap van Feyenoord (Vermeulen, Notenboom, van Dijke, Zuidam, R.Bul, van der Velde, Petterson, Koonings, Pijl, J.Weber en de Zeeuw) telde ook een reservespeler die tot een legende in het Nederlandse voetbal zou uitgroeien : Gerardus Hendrikus van Heel en vanwege zijn kleine gestalte beter bekend als Puck.

Met zijn 64 wedstrijden in het Nederlands Elftal, waarvan 29 keer als aanvoerder, voerde hij jarenlang het Oranjeklassement aan en nog altijd neemt hij een hoge plaats in. Kenmerkend voor de kracht van het toenmalige Feyenoord was, dat de 21-jarige Puck van Heel voor het eerst voor het Nederlands Elftal werd geselecteerd (op 19 april 1925 tegen Zwitserland), op een moment dat hij nog niet eens een vaste plaats had in Feyenoord1.
In het daaropvolgende seizoen 1924/25 leek Feyenoord opnieuw op de afdelingstitel af te stevenen. Op de finishlijn werd de landskampioen echter verslagen door Sparta. Een sleutelrol speelde daarbij het onbeduidende ASC uit Leiden, dat Feyenoord geheel tegen de verwachting in op de voorlaatste competitiedag met 3-1 versloeg. Trainer Harry Waites, als opvolger van Julian gekomen van LAC Frisia uit Leeuwarden, kon vervolgens zijn biezen pakken. Zowel in het seizoen 1925/26 als in 1926/27 eindigde Feyenoord in afdeling West II bovenaan, maar de echte kampioenen kwamen in 1926 en 1927 uit het oosten : Enschede en het Almelose Heracles gingen met de eer strijken. Feyenoord eindigde in deze competitie respectievelijk op een derde en een vierde plaats.
Jubileumkampioen.
Het werd 1928. Al in september 1927 had het clubblad De Feyenoorder geschreven: 'Wat zal er gedaan worden wanneer wij ons 20-jarig bestaan herdenken? Het bestuur loopt rond met grootsche plannen rond, waarvan echter nog geen greintje uitgelekt is. Aan het 1e elftal is de taak opgelegd om weer het kampioenschap van haar afdeling te behalen, en voor de rest zorgt het bestuur. Maar wat is het bestuur va plan ? Wisten we dat maar!'Dat tweede, zo vurig gewenste kampioenschap kwam er ook. Een onverwachte nederlaag tegen het Zwolse ZAC (1-4) en een foutje in de wedstrijd tegen het Tilburgse NOAD (2-1) konden geen roet in het eten gooien.
Overigens was die nederlaag tegen ZAC niet zo verbazingwekkend, want in de voorhoede van het Zwolse team stond een 18-jarige kanonnier, die zou uitgroeien tot één van de meest gevreesde aanvalsleiders die het Nederlandse voetbal voor de oorlog kende: de legendarische Bep Bakhuys. Het elftal dat Rotterdam-Zuid voor de tweede keer een landstitel schonk, bestond uit : Dekker, A.(janus) Bul, van Dijke, Visser, R.(Bertus) Bul, van Heel, Petterson, Koonings, Pijl, Barendregt, en Verbeek. Ook het bestuur voldeed aan zijn verplichtingen en organiseerde een gekostumeerde wedstrijd ten bate van een goed doel. In het Grand Theater werd een Feyenoord-film vertoond en op 23 augustus werd in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Schiedamsesingel een grandioze feestavond met de revue Feyenoord jubileert georganiseerd.

Trainer Dombi.
Daarna moest Feyenoord acht jaar wachten voordat het bestuur weer een kampioensreceptie kon houden. Dat hield uiteraard niet in, dat de roodwitte trots van Zuid in de tussentijd in anonimiteit de bal trapte. Vijf keer eindigden de Rotterdammers in hun afdeling op de eerste plaats : 1929, 1931, 1932, 1933 en 1936. Maar in de kampioenscompetitie hadden achtereenvolgens PSV (1929), Ajax (1931 en 1932) en Go Ahead (1933) net iets meer kracht in de benen. Vooral in 1929 verbaasde dit de journalisten, maar in De Feyenoorder van juli 1929 stond een excuus : 'Tegen PSV op ons terrein werd onze middenlinie zodanig geblesseerd dat wij genoodzaakt waren de nog resterende 5 wedstrijden met invallers uit te komen.
Maar de maat was nog niet vol. Zelfs in den laatsten wedstrijd tegen Go Ahead moest Bul jr. tengevolge van een armontwrichting 5 minuten na de rust van verder spelen afzien.'Juli 1935 was in dubbel opzicht een belangrijke maand in de geschiedenis van Feyenoord. Op 22 juli startte aanvoerder Puck van Heel met het slaan van de eerste paal op een terrein aan de toenmalige Kreekweg in Rotterdam-Zuid de bouw van een nieuw, hypermodern Stadion Feyenoord. Dat was geen overbodige luxe, want al te vaak was de capaciteit aan de Kromme Zandweg niet toereikend. Dan moest Sparta op het Kasteel gastvrijheid verlenen.
Drie weken eerder, op 1 juli, had Feyenoord Richard Dombi, een wener met Hongaars bloed, als oefenmeester aangetrokken. Dombi, meestal getooid met gleufhoed en op lakschoenen, was geen alledaagse trainer. Zijn bijnaam was Little, vanwege zijn kleine gestalte, maar net als bij de bekende vlootvoogd uit Delfshaven waren zijn daden groot. Voetbaltechnische was Richard Dombi door zijn rijke internationale ervaring ongeveer alwetend. Hij verstond daarnaast de kunst die kennis ook op de spelers van Feyenoord over te brengen. Ook op tactisch gebied wist Dombi van wanten. Met oogstrelend voetbal leidde hij Feyenoord tijdens het seizoen 1935/36 naar het negende afdelingskampioenschap. Dat jaar was Feyenoord ook in de kampioenscompetitie het meest uitgebalanceerd.
Slechts tweemaal werd de pret verstoord, maar ondanks nederlagen tegen het Groningse Be Quick en het hoofdstedelijke Ajax kon Feyenoord de hoogste eer niet meer ontgaan. Door overwinningen op NAC en Be Quick kon Feyenoord, twee weken na de misstap tegen Ajax, toch als voetbalkoning van Nederland worden gekroond. Het kampioenselftal bestond uit: A.van Male, A.Bul, J.van der Heide, B.Wursten, B.Paauwe, G.van Heel, P.Burg, M.Vrauwdeunt, J.Barendregt, P.Kantebeen, en J.Linssen.
Nieuw Bloed.
Ook in het seizoen 1936/37 speelde Feyenoord een prominente rol. Met een doelsaldo van 66-23 in 18 wedstrijden schoof Feyenoord in zijn afdeling weer alle tegenstanders opzij. in de kampioenscompetitie was het daar niet toe in staat. Op eigen verzoek was de club met twee uitwedstrijden begonnen, omdat de bouwwerkzaamheden in het nieuwe stadion nog niet waren voltooid. De eerste twee ontmoetingen, respectievelijk tegen Be Quick in Groningen en Go Ahead in Deventer, gingen met 3-2 en 2-0 verloren.
Het nieuwe stadion was op 27 maart 1937 met een wedstrijd tegen het Belgische Beerschot officieel geopend, dus op 11 april 1937 kon Feyenoord in zijn nieuwe behuizing niet alleen Ajax, maar ook 46.172 toeschouwers op een geriefelijke manier ontvangen.
Dat betekende een record voor Nederland. Nooit eerder waren zoveel mensen aanwezig geweest bij een wedstrijd.
De Rotterdammers vierden het met een 3-0 zege. Toch kwam Feyenoord aan het eind van het seizoen vier punten te kort om kampioen van Nederland te worden. Toen het seizoen daarop de verhuisperikelen achter de rug waren, voetbalde Feyenoord in zijn prachtige voetbalburcht weer zoals het een ware kampioen betaamde.
Voor de elfde keer in de zeventien jaar dat Feyenoord in de hoogste klasse speelde werd het kampioen van de afdeling. Daarna volgde de strijd om het kampioenschap van Nederland met Heracles, DWS, PSV en Be Quick. Het werd Feyenoords vierde kampioenschap. Het ongeslagen kampioenselftal telde, vergeleken met twee jaar eerder, vier nieuwe namen : Pleun de Groot, Gerard Kuppen, Leen Vente en Arie de Vroet. Niet meer aanwezig waren Bul, Barendregt, Wursten en Burg. Kuppen, bijgenaamd 'de stopnaald', de van Neptunes overgekomen Vente en de Vroet waren spelers van klasse die zich in het Nederlands Elftal zouden spelen.
Somber kampioenschap.
Aan het eind van het seizoen 1938/39 bezette Feyenoord een tweede plaats op de ranglijst achter Ajax, maar een jaar later was het wel eer raak. Toch kon niemand voorzien dat de twaalfde afdelingstitel, door Feyenoord op 5 mei 1940 binnengehaald door in Delft DHC met 1-0 te verslaan, zo'n somber vervolg zou krijgen. Nadat op 14 mei 1940 Duitse vliegtuigen het hart uit Rotterdam hadden gebombardeerd, werd op 16 juni alsnog een kampioenscompetitie georganiseerd. 'Gelukkig dat de sport tenminste nog wat afleiding in die treurige tijd van verdrukking kon brengen', schreef L.A.Heesakker in 1948 in Feyenoords tweede jubileumboek. Hoewel de wedstrijden zowel op zaterdag als op zondag werden gespeeld, kon die pas op 18 augustus worden afgesloten. Juist voor de Rotterdammers, door het brute oorlogsgeweld in rouw gedompeld, betekenden de acht wedstrijden van Feyenoord met het kampioenschap van Nederland als inzet een middel om de dagelijkse beslommeringen even te vergeten. Omdat de Duitsers het stadion hadden gevorderd, speelde Feyenoord zijn thuiswedstrijden op Spangen. Eén van Feyenoords tegenstanders in deze kampioenscompetitie was een club waarvan tot dan toe niemand had gehoord : Spekholzerheide.
Dat was de plaats van herkomst van de voetbalvereniging Juliana, een naam die niet door de bezetters werd getolereerd. Toen de club uit Zuid Limburg op eigen terrein Feyenoord versloeg, schreef een regionaal dagblad : 'Juliana laat zich niet knechten'. Dat leverde het blad een schrobbering van de Duitsers op. Niettemin behaalde Feyenoord zijn vijfde landskampioenschap en zorgde daarmee voor enige balsem op de Rotterdamse wonden. Het sprak vanzelf, dat de titel sober werd gevierd.
Puck van Heel had inmiddels op 2 mei op 36-jarige leeftijd een punt gezet achter zijn indrukwekkende carrière. Ook doelman Van Male vond het na het behalen van het afdelingskampioenschap tijd worden voor een andere besteding van zijn vrije tijd. Het elftal dat in het zonnetje werd gezet bestond uit : Scholtens, van de Lely, van der Heide, B.Paauwe, Kuppen, De Vroet, Zaanen, Vrauwdeunt, Sinke en Linsen.
Eén van de weinige lichtpuntjes in de oorlogsjaren was het afdelingskampioenschap in 1943. Feyenoord leed slechts één nederlaag, tegen Blauw Wit, en eindigde met een straatlengte (15 punten) voorsprong op Ajax. De kampioenscompetitie vertoonde dat jaar bizarre trekken. Halverwege werd het stadion door de Duitsers gevorderd en was Feyenoord gedwongen zijn thuiswedstrijden buiten Rotterdam te spelen. Voor het duel tegen Heerenveen moest worden uitgeweken naar het Ajax-terrein en naar het Nijmeegse stadion De Goffert voor de wedstrijd tegen Enschede. ADO moest worden ontvangen in het Olympisch stadion. Het laat zich raden, dat dit allesbehalve bevorderlijk was voor de prestaties.
Niettemin eindigde Feyenoord nog op een tweede plaats achter ADO. Het was het laatste afdelingskampioenschap dat Feyenoord zou behalen.